Skip to content

SCHRIJVEN WE ‘Deeeeetjes’ OF ‘Teeeetjes’?

Worstel je met het schrijven van werkwoorden in de tegenwoordige of verleden tijd? Lees dan even deze tip, dan doe je het nooit meer fout.

Valt het jou ook gelijk op als een woord verkeerd geschreven staat of een werkwoord verkeerd vervoegd is? Mij wel. Mijn missie is: ‘Alle Nederlanders schrijven foutloos Nederlands’. Een grootse droom en er is nog veel werk aan de winkel. Daarom hier wat hulp voor een stap in de goede richting. Ik pretendeer overigens niet een neerlandicus te zijn, helemaal niet. Maar om een beetje knappe tekst te maken, is de basis onmisbaar.

WAT GEBEURT ER, GEBEURT ER…???

Een makkelijke prooi voor veel schrijffouten is het werkwoord gebeuren. Op het oog geen bijzonder woord. Maar toch blijkt het schrijven ervan in zowel de tegenwoordige als in de verleden tijd moeilijk te zijn. Zo kom ik vaak tegen: ‘Het gebeurd vandaag’ en ‘gisteren is het gebeurt’. Arrggghh….

Juist is: ‘Het gebeurt vandaag’ en gisteren is het gebeurd’. Gebeurt=persoonsvorm + t; gebeurd= voltooid deelwoord. ‘Maar waarom dan?’ hoor ik een hoop mensen denken. Omdat het zo is, is ietwat kort door de bocht. Ik leg het uit.

Op de lagere school hebben we het volgende geleerd: als er iets nu plaatsvindt, is het tegenwoordige tijd. Dus schrijven we de stam + t. De stam blijft over als je bij de meeste werkwoorden ‘en’ eraf hakt. Bij ‘gebeuren’ is de stam ‘gebeur’. In de tegenwoordige tijd plaats je bij jij/hij/zij/het een ‘t’ achter de stam. So far, so good.

Wel een beetje raar hè, ik gebeur en jij gebeurt… Bij dit woord gaat het altijd om ‘iets’ wat gebeurt. De vervoeging blijft hetzelfde. Om er zeker van te zijn dat je het goed doet, kun je het woord vervangen door een ander werkwoord, zoals lopen of gaan: het loopt of het gaat. Hier schrijf je toch ook niet het loopd of het gaad? Dus een ‘t’ erachter. Een neerlandicus zal hier vast een interessante verklaring voor hebben. Ik zeg: ‘het is zo, accepteer het’ :). Soms moet je de Nederlandse regels gewoon aannemen.

WAT GEBEURDE ER?

En dan de vervoeging van ‘gebeuren’ in de voltooid verleden tijd. Het trucje om erachter te komen of je een ‘d’ of een ‘t’ moet schrijven is er een vraag van maken: ‘wanneer gebeurde het?’ Het antwoord op deze vraag kan zijn: ‘Gisteren gebeurde het’. Dan hoor je dat je de ‘d’ moet schrijven. In de voltooid verleden tijd schrijf je dus ‘gisteren is het gebeurd’. Niets aan toch?

Er is nog een ezelsbruggetje.

XTC-COFFEESHOP

Nee, daar gaan we niet naar toe…

Vroeger leerde ik op school dat achter een voltooid deelwoord dat eindigt op een van de letters t-k-f-s-c-h-p een ‘t’ komt. Weet je nog? Het zogenoemde ’t kofschip of ’t fokschaap.

Tegenwoordig hebben ze een modernere vorm aan dit ezelsbruggetje gegeven: xtc-coffeeshop. Je ziet dat de x erbij is gekomen. Dat komt door de Engelse woorden die volgens de Nederlandse regels vervoegd moeten worden. Bijvoorbeeld relaxen, daar maak je van (hij heeft) gerelaxt, maar dat soort woorden is weer een ander blog waard.

Met vriendelijke groed, uh groedt, uhhhh groet!

Scroll To Top